Vandaag geen lange column, maar wel iets opvallends. Het is misschien niet wereldschokkend, maar toch wilde ik het even kwijt.
Deze dag, 6 augustus 2008, de zeventiende verjaardag van mijn dochter Maaike Zandstra, lees ik in het boek “De eeuw van mijn vader” van Geert Mak op pagina 68 (6/8, 6 augustus) het volgende: “Zo waren er honderden, zo niet duizenden, en beide broers wilden maar al te graag deel uit maken van dit keurkorps. Petrus begon les te geven aan een armenschool en trouwde met Maaike Zandstra, de dochter van een van de oudste voorlieden van de SDAP. Avond aan avond was hij op pad als propagandist voor de sociaal-democraten, terwijl mijn tante Maai hem na schooltijd opwachtte met een pannetje eten.”
Nu had ik al eens gehoord dat de voor- én achternaam van mijn dochter in dit boek voorkwamen, maar aan het dikke boek van Mak was ik nog niet eerder toegekomen en ik was het een beetje vergeten, totdat ik uitgerekend vandaag, op haar verjaardag, haar naam tegenkwam en nog wel op die pagina. Dat vond ik frappant.
woensdag 6 augustus 2008
dinsdag 5 augustus 2008
Nederengels
Laatst had ik het over de verwende jeugd. Wat mij ook enorm stoort is hun taalgebruik. Maar niet alleen de jeugd, ook de volwassenen kunnen er wat van, of eigenlijk, ze kunnen er niets van! “We hebben gisteren hebben we …” (tweemaal “hebben”), “groter als mij” (in plaats van “groter dan ik”), “te alle tijde” of “ten allen tijden” of vul maar aan (i.p.v. het enig correcte “te allen tijde”), enfin, de voorbeelden zijn legio. En dan heb ik het nog niet over de Engelse termen die jong en oud tegenwoordig bezigen: so what, fuck you, commitment, issue …….. ad libidum (= Latijn voor “naar believen aanvullen”). En wat dacht u van al die Engelse voornamen: Shirley, Jennifer, Justin, Jeffrey, Brian, Ryan, Roger, ……………………..?
Mensen, WE WONEN HIER TOCH IN NEDERLAND??????? Je zou er bijna aan gaan twijfelen. Onze taalgenoten de Vlamingen doen niet of nauwelijks mee aan die verengelsing, die zijn veel puristischer. Veel Engelse woorden zijn echter zo ingeburgerd dat ze niet meer opvallen, zoals folder, poster, pick-up, producer, trainer, keeper en computer. Het gaat mij te ver om dat terug te draaien (al zou je een poster een affiche (= Frans) of plaat kunnen noemen, een producer een producent en een pick-up een platenspeler of draaitafel, of gewoon een gitaarelement; pick-up als autotype is onvertaalbaar). Maar je hoeft van mij een computer niet meteen een gegevensverwerkingsmachine (Duits: “Datenverarbeitungsmachine”) te noemen. Dat gaat me inderdaad net te ver, maar het gaat met de verloedering en anglisering van onze mooie taal de laatste jaren wel érg hard. De computer (daar heb je ‘m), het internet en de veramerikanisering van bedrijven zijn hier natuurlijk debet aan. Ik zou hier nogmaals willen zeggen: “Mensen, ga lezen!!!” En dan niet van die flutromannetjes, maar Literatuur met een grote L, want daar wordt meestal nog gewoon Nederlands in gebezigd.
Op het gevaar af niet de eerste te zijn wil ik in de column van vandaag een woordenlijst (in willekeurige volgorde) publiceren van Engelse woorden en hun Nederlandse alternatief:
issue – (gespreks)onderwerp
dat is geen issue - dat is niet aan de orde
hype – rage
So what? – Nou en? / En wat dan nog?
cancelen - annuleren / afgelasten
ergens mee dealen - ergens mee (leren) omgaan
commitment – toewijding
tackelen – oplossen
fleet – wagenpark
Fuck you – Krijg de klere
Fuck off – Donder op / Sodemieter op / Flikker op
manager – directeur / bedrijfsleider
human resource management – personeelsbeleid
recruiter - personeelsfunctionaris (bij recruteren denk ik eerder aan het werven van soldaten of scheepsbemanning)
recruitment – personeelswerving
headhunter – kaderjager (letterlijk: koppensneller)
front office - publiekskantoor
back office - hoofdkantoor
low profile - onopvallend
finance - financien
life style - levensstijl
wellness - welzijn
travel – reizen
voor de fun – voor de lol / voor het plezier /voor de gein
funshoppen – winkelen (dat was meestal al voor de lol)
sale – uitverkoop
screensaver – schermbeveiliging (zo heet het ook in Windows!)
homepage – internetpagina
research – onderzoek
switchen – omschakelen / overgaan op / veranderen
crashen – verongelukken / het opgeven (van een computer)
kids – kinderen
Ach, waar ben ik eigenlijk mee bezig. Wat ik hier doe is inderdaad al veel eerder en veel uitgebreider gedaan. Kijk maar op http://www.mijnwoordenboek.nl/engels-in-het-nederlands.php
Misschien kan ik beter een lijst opstellen met Engelse persoonsnamen met een leuke Nederlandse pendant (als ik zo gauw geen equivalent weet, dan noem ik gewoon een gezonde Hollandse naam):
Roger – Rogier
Brian – Kees
Michael – Michaël
Sarah – idem, maar dan op z’n Nederlands uitgesproken
Shirley – Greet
Catherine – Toos
Kimberley – Hanneke
………………………
Waar slaat dit op? Mensen, wat ik al vaker heb geopperd, soms moet u mij niet al te serieus nemen, al zit er in mijn columns, zoals ik ze noem, altijd wel een kern van waarheid. Deze lijst met voornamen slaat echter nergens op. Wilt u de betekenis weten van Engelse (en Nederlandse) namen, kijkt u dan maar op http://www.allenamen.nl/betekenis_voornamen/indexnew.html?letter=a. Dan weet u tenminste wat Brian betekent. In ieder geval moet men het allemaal zelf weten, ik doe zo weinig mogelijk mee aan die anglisering en mijn kinderen, ja, ik heb ze ook, hebben keurige Nederlandse namen. U zult op dit weblog geen onnodige Engelse termen aantreffen. Mocht u gaan denken dat ik een hekel heb aan het Engels, forget it! (Oh, sorry, eh, pardon, eh excuseer, ik bedoel “Vergeet het maar!”). Ik hou van het Engels en van Engeland, maar ik vind dat die twee talen zoveel mogelijk gescheiden moeten blijven. Die Noordzee ligt er niet voor niets tussen en Amerika, daar ligt nog een Atlantische oceaan tussen en dat moet vooral zo blijven!
P.S. In mijn column “Ik rijd dus ik besta” heb ik de “Fuck you”-rijder genoemd, maar dat was júíst bedoeld om de populaire Engelse term belachelijk te maken. In het dagelijks leven gebruik ik wel eens een enkele keer één van de hier genoemde termen, maar altijd om ze belachelijk te maken of om mensen c.q. de jeugd erop te wijzen dat het belachelijk klinkt.
Mensen, WE WONEN HIER TOCH IN NEDERLAND??????? Je zou er bijna aan gaan twijfelen. Onze taalgenoten de Vlamingen doen niet of nauwelijks mee aan die verengelsing, die zijn veel puristischer. Veel Engelse woorden zijn echter zo ingeburgerd dat ze niet meer opvallen, zoals folder, poster, pick-up, producer, trainer, keeper en computer. Het gaat mij te ver om dat terug te draaien (al zou je een poster een affiche (= Frans) of plaat kunnen noemen, een producer een producent en een pick-up een platenspeler of draaitafel, of gewoon een gitaarelement; pick-up als autotype is onvertaalbaar). Maar je hoeft van mij een computer niet meteen een gegevensverwerkingsmachine (Duits: “Datenverarbeitungsmachine”) te noemen. Dat gaat me inderdaad net te ver, maar het gaat met de verloedering en anglisering van onze mooie taal de laatste jaren wel érg hard. De computer (daar heb je ‘m), het internet en de veramerikanisering van bedrijven zijn hier natuurlijk debet aan. Ik zou hier nogmaals willen zeggen: “Mensen, ga lezen!!!” En dan niet van die flutromannetjes, maar Literatuur met een grote L, want daar wordt meestal nog gewoon Nederlands in gebezigd.
Op het gevaar af niet de eerste te zijn wil ik in de column van vandaag een woordenlijst (in willekeurige volgorde) publiceren van Engelse woorden en hun Nederlandse alternatief:
issue – (gespreks)onderwerp
dat is geen issue - dat is niet aan de orde
hype – rage
So what? – Nou en? / En wat dan nog?
cancelen - annuleren / afgelasten
ergens mee dealen - ergens mee (leren) omgaan
commitment – toewijding
tackelen – oplossen
fleet – wagenpark
Fuck you – Krijg de klere
Fuck off – Donder op / Sodemieter op / Flikker op
manager – directeur / bedrijfsleider
human resource management – personeelsbeleid
recruiter - personeelsfunctionaris (bij recruteren denk ik eerder aan het werven van soldaten of scheepsbemanning)
recruitment – personeelswerving
headhunter – kaderjager (letterlijk: koppensneller)
front office - publiekskantoor
back office - hoofdkantoor
low profile - onopvallend
finance - financien
life style - levensstijl
wellness - welzijn
travel – reizen
voor de fun – voor de lol / voor het plezier /voor de gein
funshoppen – winkelen (dat was meestal al voor de lol)
sale – uitverkoop
screensaver – schermbeveiliging (zo heet het ook in Windows!)
homepage – internetpagina
research – onderzoek
switchen – omschakelen / overgaan op / veranderen
crashen – verongelukken / het opgeven (van een computer)
kids – kinderen
Ach, waar ben ik eigenlijk mee bezig. Wat ik hier doe is inderdaad al veel eerder en veel uitgebreider gedaan. Kijk maar op http://www.mijnwoordenboek.nl/engels-in-het-nederlands.php
Misschien kan ik beter een lijst opstellen met Engelse persoonsnamen met een leuke Nederlandse pendant (als ik zo gauw geen equivalent weet, dan noem ik gewoon een gezonde Hollandse naam):
Roger – Rogier
Brian – Kees
Michael – Michaël
Sarah – idem, maar dan op z’n Nederlands uitgesproken
Shirley – Greet
Catherine – Toos
Kimberley – Hanneke
………………………
Waar slaat dit op? Mensen, wat ik al vaker heb geopperd, soms moet u mij niet al te serieus nemen, al zit er in mijn columns, zoals ik ze noem, altijd wel een kern van waarheid. Deze lijst met voornamen slaat echter nergens op. Wilt u de betekenis weten van Engelse (en Nederlandse) namen, kijkt u dan maar op http://www.allenamen.nl/betekenis_voornamen/indexnew.html?letter=a. Dan weet u tenminste wat Brian betekent. In ieder geval moet men het allemaal zelf weten, ik doe zo weinig mogelijk mee aan die anglisering en mijn kinderen, ja, ik heb ze ook, hebben keurige Nederlandse namen. U zult op dit weblog geen onnodige Engelse termen aantreffen. Mocht u gaan denken dat ik een hekel heb aan het Engels, forget it! (Oh, sorry, eh, pardon, eh excuseer, ik bedoel “Vergeet het maar!”). Ik hou van het Engels en van Engeland, maar ik vind dat die twee talen zoveel mogelijk gescheiden moeten blijven. Die Noordzee ligt er niet voor niets tussen en Amerika, daar ligt nog een Atlantische oceaan tussen en dat moet vooral zo blijven!
P.S. In mijn column “Ik rijd dus ik besta” heb ik de “Fuck you”-rijder genoemd, maar dat was júíst bedoeld om de populaire Engelse term belachelijk te maken. In het dagelijks leven gebruik ik wel eens een enkele keer één van de hier genoemde termen, maar altijd om ze belachelijk te maken of om mensen c.q. de jeugd erop te wijzen dat het belachelijk klinkt.
zondag 3 augustus 2008
De draaglijke onzekerheid van het bestaan
“Meteen aan het begin van Genesis staat dat God de mens heeft geschapen om hem te laten heersen over vogels, vissen en levende wezens. Uiteraard werd Genesis geschreven door een mens en niet door een paard. Er is geen enkele zekerheid dat God werkelijk aan de mens de heerschappij heeft toevertrouwd over ander schepsels. Het ziet er eerder naar uit dat de mens God heeft verzonnen om de heerschappij over koe en paard, die hij zich had toegeëigend, tot een heilige zaak te verheffen. Ja, het recht een hert of een koe te doden, is het enige waarover de hele mensheid het unaniem eens is, zelfs tijdens de bloedigste oorlogen. Dat recht vinden we vanzelfsprekend, want wij staan aan de top van de hiërarchie. Maar stel dat er een derde in het spel zou komen, bijvoorbeeld een bezoeker van een andere planeet, wiens god had gezegd: "Jij zult heersen over schepsels van alle andere sterren!" en de totale vanzelfsprekendheid van Genesis wordt op slag problematisch. De mens, voor een kar gespannen door een marsmannetje of eventueel aan het spit gedraaid door een bewoner van de melkweg, zal dan misschien denken aan de kalfskarbonade die hij gewoonlijk op zijn bord sneed, en zal (te laat!) de koe zijn verontschuldigingen aanbieden.”
Deze wijsheid heb ik niet van mijzelf, maar van de Tsjechische schrijver Milan Kundera. Het citaat is afkomstig uit zijn beroemde roman “De ondraaglijke lichtheid van het bestaan”. Ik haal het hier niet aan als oproep om spontaan vegetariër te worden noch om blasfemisch te zijn. Ik publiceer dit citaat omdat het mij aan het denken zet. Niet zozeer over het wel of niet bestaan van God of over het ontstaan van de mensheid, al geef ik toe dat ik een aanhanger ben van de evolutieleer en niet van het creationisme (de leer van De Schepping), als wel over de vraag of het onderscheid tussen mens en dier wel zo groot is als men ons vooral vanuit de kerk wil laten denken. Is het werkelijk zo simpel gesteld dat de mens zich onderscheidt van het dier doordat de mens kan denken en een dier niet? Anders gezegd: heeft de mens in tegenstelling tot het dier een ziel en geeft dat hem andere rechten? Is het echter niet slechts een kwestie van gradatie? Een mens kan iets beter denken dan een aap die op zijn beurt weer beter kan denken dan een vlieg. Bovendien zijn er zwak tot zeer zwak begaafde mensen die qua intelligentie misschien zelfs lager scoren dan een intelligente gorilla of dolfijn (men zegt dat dat enorm slimme dieren zijn). Heeft die zwakbegaafde dientengevolge ook een kleinere ziel dan die gorilla of dolfijn? Interessant voer voor filosofen. Zoals met sommige andere berichten op mijn blog gaat het te ver om er al te diep op in te gaan. Er is al zoveel over deze materie geschreven. Ik volsta met het advies om het boek van Kundera te lezen en eventueel werken van de grote filosofen Kant, Schopenhauer en Nietzsche. Gaat dat laatste u te ver, dan vindt u op internet vast wel iets van uw gading.
Wel wil ik het volgende nog even kwijt. Of men nu een creationist is of een evolutionist, beide denkwijzen sluiten het bestaan van God niet uit. De evolutieleer maakt de rol van God alleen een heel stuk kleiner. Hij heeft slechts het heelal geschapen (het heelal van voor de oerknal?) en daarna is alles als vanzelf ontstaan en geëvolueerd, al dan niet met een klein beetje hulp van ‘bovenaf’.
En dan nog even dit. Je kunt nooit met zekerheid zeggen “God bestaat” of “God bestaat niet”. Het stoort mij als christenen in mijn directe omgeving zeggen zeker te weten dat God bestaat. Als men dat kan dan is het geen geloof meer. Geloven impliceert namelijk een onzekerheidsfactor. Ik ken christenen die naar één en dezelfde kerk gaan en er toch zeer uiteenlopende opvattingen op na houden. Aan het ene uiterste staan mensen die alles wat in de Bijbel staat letterlijk nemen (Jona zat werkelijk drie dagen en drie nachten in de buik van de vis; Jezus was echt de zoon van God en is gestorven voor onze zonden, om na drie dagen weer op te staan) en aan het andere uiterste van het spectrum staan mensen die alles symbolisch zien (dat van Jona is slechts een metafoor, een vooruitwijzing naar het feit dat Jezus drie dagen in het graf lag alvorens op te staan, en Jezus of een 'Jezusfiguur' staat symbool voor opoffering en naastenliefde; de opstanding staat voor eeuwig leven, maar moet evenmin letterlijk worden genomen). Wat dat betreft kun je niet alle christenen over één kam scheren. Om het wat breder te trekken, welk geloof men ook aanhangt, iedereen heeft op zijn of haar manier gelijk. Zelfs de atheïst heeft gelijk als hij zegt dat God niet bestaat en dat wij komen uit het niets en gaan tot het niets (net als aan de christen die het zeker weet zou ik me aan die atheïst moeten storen, maar waarschijnlijk door mijn religieloze opvoeding doe ik dat niet). Welbeschouwd kunnen wij ons immers niets van een leven ‘hiervoor’ herinneren, dus waarom zou er wel een leven ‘hierna’ moeten zijn? Is het niet gewoon uit angst voor de dood dat de mens God heeft geschapen (en niet slechts om over de dieren te kunnen heersen zoals Kundera schrijft)? We zullen het waarschijnlijk wel nooit zeker weten. Zelfs in science fictionfilms en -series die in de verre toekomst of op een andere planeet spelen bestaat er twijfel en komen nog mensen of andere intelligente wezens voor die in een of andere oppermacht geloven. Geloof is van alle tijden en zal nooit helemaal verdwijnen, ontkerkelijking of niet. Dat laatste is alleen maar een uiting van onvrede over het instituut kerk met al haar rituelen waartoe veel mensen zich niet meer aangetrokken voelen. Maar daarover een andere keer meer.
Deze wijsheid heb ik niet van mijzelf, maar van de Tsjechische schrijver Milan Kundera. Het citaat is afkomstig uit zijn beroemde roman “De ondraaglijke lichtheid van het bestaan”. Ik haal het hier niet aan als oproep om spontaan vegetariër te worden noch om blasfemisch te zijn. Ik publiceer dit citaat omdat het mij aan het denken zet. Niet zozeer over het wel of niet bestaan van God of over het ontstaan van de mensheid, al geef ik toe dat ik een aanhanger ben van de evolutieleer en niet van het creationisme (de leer van De Schepping), als wel over de vraag of het onderscheid tussen mens en dier wel zo groot is als men ons vooral vanuit de kerk wil laten denken. Is het werkelijk zo simpel gesteld dat de mens zich onderscheidt van het dier doordat de mens kan denken en een dier niet? Anders gezegd: heeft de mens in tegenstelling tot het dier een ziel en geeft dat hem andere rechten? Is het echter niet slechts een kwestie van gradatie? Een mens kan iets beter denken dan een aap die op zijn beurt weer beter kan denken dan een vlieg. Bovendien zijn er zwak tot zeer zwak begaafde mensen die qua intelligentie misschien zelfs lager scoren dan een intelligente gorilla of dolfijn (men zegt dat dat enorm slimme dieren zijn). Heeft die zwakbegaafde dientengevolge ook een kleinere ziel dan die gorilla of dolfijn? Interessant voer voor filosofen. Zoals met sommige andere berichten op mijn blog gaat het te ver om er al te diep op in te gaan. Er is al zoveel over deze materie geschreven. Ik volsta met het advies om het boek van Kundera te lezen en eventueel werken van de grote filosofen Kant, Schopenhauer en Nietzsche. Gaat dat laatste u te ver, dan vindt u op internet vast wel iets van uw gading.
Wel wil ik het volgende nog even kwijt. Of men nu een creationist is of een evolutionist, beide denkwijzen sluiten het bestaan van God niet uit. De evolutieleer maakt de rol van God alleen een heel stuk kleiner. Hij heeft slechts het heelal geschapen (het heelal van voor de oerknal?) en daarna is alles als vanzelf ontstaan en geëvolueerd, al dan niet met een klein beetje hulp van ‘bovenaf’.
En dan nog even dit. Je kunt nooit met zekerheid zeggen “God bestaat” of “God bestaat niet”. Het stoort mij als christenen in mijn directe omgeving zeggen zeker te weten dat God bestaat. Als men dat kan dan is het geen geloof meer. Geloven impliceert namelijk een onzekerheidsfactor. Ik ken christenen die naar één en dezelfde kerk gaan en er toch zeer uiteenlopende opvattingen op na houden. Aan het ene uiterste staan mensen die alles wat in de Bijbel staat letterlijk nemen (Jona zat werkelijk drie dagen en drie nachten in de buik van de vis; Jezus was echt de zoon van God en is gestorven voor onze zonden, om na drie dagen weer op te staan) en aan het andere uiterste van het spectrum staan mensen die alles symbolisch zien (dat van Jona is slechts een metafoor, een vooruitwijzing naar het feit dat Jezus drie dagen in het graf lag alvorens op te staan, en Jezus of een 'Jezusfiguur' staat symbool voor opoffering en naastenliefde; de opstanding staat voor eeuwig leven, maar moet evenmin letterlijk worden genomen). Wat dat betreft kun je niet alle christenen over één kam scheren. Om het wat breder te trekken, welk geloof men ook aanhangt, iedereen heeft op zijn of haar manier gelijk. Zelfs de atheïst heeft gelijk als hij zegt dat God niet bestaat en dat wij komen uit het niets en gaan tot het niets (net als aan de christen die het zeker weet zou ik me aan die atheïst moeten storen, maar waarschijnlijk door mijn religieloze opvoeding doe ik dat niet). Welbeschouwd kunnen wij ons immers niets van een leven ‘hiervoor’ herinneren, dus waarom zou er wel een leven ‘hierna’ moeten zijn? Is het niet gewoon uit angst voor de dood dat de mens God heeft geschapen (en niet slechts om over de dieren te kunnen heersen zoals Kundera schrijft)? We zullen het waarschijnlijk wel nooit zeker weten. Zelfs in science fictionfilms en -series die in de verre toekomst of op een andere planeet spelen bestaat er twijfel en komen nog mensen of andere intelligente wezens voor die in een of andere oppermacht geloven. Geloof is van alle tijden en zal nooit helemaal verdwijnen, ontkerkelijking of niet. Dat laatste is alleen maar een uiting van onvrede over het instituut kerk met al haar rituelen waartoe veel mensen zich niet meer aangetrokken voelen. Maar daarover een andere keer meer.
maandag 28 juli 2008
Verveling is een vies woord
Met enige regelmaat bereiken ons alarmerende berichten over jongeren die ‘uit verveling’ andere jongeren of volwassenen in elkaar slaan of met messteken om het leven brengen. Ook vandalisme, vernieling van voorwerpen en gebouwen die aan de gemeenschap toebehoren, lijkt een steeds grotere hobby te worden. Hebben ze dan geen MP3-speler, GSM, computer, Playstation of Nintendo DS? Gaan ze niet vijf keer per jaar naar het pretpark of met school naar Tsjechië of andere verre bestemmingen? Dat de generatie boven hen alleen maar een platenspelertje met een paar duur gekochte LP’s, een zwartwit-TV-tje en wat boeken had, één keer in de vijf jaar eens een keer naar de Efteling (toen alleen nog maar een sprookjesbos en geen pretpark) ging en met school één keer per jaar naar het Openluchtmuseum in Arnhem of de dierentuin en zich toch niet verveelde, tja, dat was de prehistorie. Op het gevaar af voor ‘ouwe lul’ te worden versleten, ook ik behoor tot die ietwat oudere generatie en ik kende het hele woord verveling niet. U heeft al eerder kunnen lezen dat ik al heel mijn leven boeken verslind. Ook heb ik mijn LP’s* gekoesterd en vaak gedraaid met koptelefoon, zodat ik niemand tot last was. De geluidskwaliteit was zeker voor die tijd (jaren zeventig) ongehoord goed. Dat is ook zoiets, de jeugd van nu neemt genoegen met een inferieur MP3tje, weergegeven door twee kleine speakertjes of via hun mobieltje, midden op straat. Niet alleen dringen zij zich daarmee op aan hun medemens, die vaak niet op die muziek of wat daarvoor moet doorgaan zit te wachten, maar het klinkt ook nog eens nergens naar. Zijn dat nu de zegeningen van de moderne techniek?
Maar goed, ik dwaal weer eens af. Ik verveelde mij dus niet en ben nooit anderen tot last geweest, laat staan dat ik ze (dodelijk) letsel toebracht. En dan was ík nog bevoorrecht, want ik had een redelijk grote LP-collectie, samengesteld uit door mijzelf van mijn zure spaargeld en met vakantiewerk verdiende geld gekochte exemplaren en krijgertjes (verjaardag, sinterklaas). Ik kon niet gratis muziek downloaden die ik na een week weer weggooide zodra ik het zat was. Je was dus ook nog eens heel kritisch. Je beluisterde de LP waar je je zinnen op had gezet aandachtig in de winkel alvorens te besluiten tot aankoop. Je kon je geld ook toen maar één keer uitgeven. Mijn generatie was zéker bevoorrecht ten opzichte van de oudere generaties die nog veel minder hadden. Een hoepel, een pop, een bal of een tol. Met vier, vijf of zes kinderen op één kamer. Niet ieder een eigen kamer met kleuren-TV, DVD-speler en computer die tevens als stereo-installatie dient.
Ligt het aan de opvoeding, aan het feit dat kinderen van nu vaak worden opgevoed in kinderdagverblijven, naschoolse opvang of door oppasmoeders? Begrijp me goed, vaders en moeders móeten vaak wel allebei werken, omdat het moderne leven onbetaalbaar is geworden, maar een goede zaak vind ik het niet. De regering stimuleert zelfs dat beide ouders werken, net als het uitstellen van kinderen krijgen, maar wil daarnaast dat het gezin de hoeksteen van de samenleving blijft. Een fraaie tegenspraak.
En dan heb ik het nog niet eens over gescheiden ouders die hun kinderen opvoeden met de nieuwe partner. Meestal is het de biologische moeder (dat is een ander soort biologisch dan bij Albert Heijn) die de kinderen grootbrengt met een zogenaamde stiefvader, wiens gezag meer dan eens onder vuur ligt. De kinderen zetten zich af tegen die man die hun vader niet is en daarom niets in te brengen heeft. Mogelijk uit zich dat ook in het al genoemde gewelddadige gedrag.
Ik weet het allemaal niet. Ik ben geen gedragsdeskundige of socioloog. Misschien lijkt het probleem erger of groter dan het is doordat we de beschikking hebben over snelle media, waarop elke minuut van de dag nieuwe berichten worden geplaatst. ‘Vroeger’ had je het TV-journaal en de krant met het belangrijkste nieuws en daar moest je het mee doen.
Een voorbehoud is hier op zijn plaats. Natuurlijk ben ik weer lustig aan het generaliseren en scheer ik alle jongeren over één kam. Maar als u eerdere stukken op mijn weblog heeft gelezen, dan weet u dat ik af en toe ietwat overdrijf. Natuurlijk zijn er jongeren die zich wel kunnen gedragen en die hun tijd wel zinvol weten te besteden. Ook al ontkom ik ook in hun geval niet aan de indruk dat ze enigszins verwend worden. Maar er is een groot verschil tussen verwend worden en verwend zijn.
* voor de nieuwere generatie: LP staat voor langspeelplaat, een soort grote, zwarte CD met een doorsnede van liefst dertig centimeter die je, zonder het oppervlak met je vingers aan te raken, héééél voorzichtig uit een beschermhoes moest halen, die op haar beurt weer in een hoes zat met daarop de naam van de band of artiest en de titel - die hoes was vaak een kunstwerk op zich, daar kan het CD-boekje niet tegenop; die grote zwarte schijf legde je dan op een zogenaamde platenspeler … enfin, kijk maar op http://nl.wikipedia.org/wiki/Grammofoon
Maar goed, ik dwaal weer eens af. Ik verveelde mij dus niet en ben nooit anderen tot last geweest, laat staan dat ik ze (dodelijk) letsel toebracht. En dan was ík nog bevoorrecht, want ik had een redelijk grote LP-collectie, samengesteld uit door mijzelf van mijn zure spaargeld en met vakantiewerk verdiende geld gekochte exemplaren en krijgertjes (verjaardag, sinterklaas). Ik kon niet gratis muziek downloaden die ik na een week weer weggooide zodra ik het zat was. Je was dus ook nog eens heel kritisch. Je beluisterde de LP waar je je zinnen op had gezet aandachtig in de winkel alvorens te besluiten tot aankoop. Je kon je geld ook toen maar één keer uitgeven. Mijn generatie was zéker bevoorrecht ten opzichte van de oudere generaties die nog veel minder hadden. Een hoepel, een pop, een bal of een tol. Met vier, vijf of zes kinderen op één kamer. Niet ieder een eigen kamer met kleuren-TV, DVD-speler en computer die tevens als stereo-installatie dient.
Ligt het aan de opvoeding, aan het feit dat kinderen van nu vaak worden opgevoed in kinderdagverblijven, naschoolse opvang of door oppasmoeders? Begrijp me goed, vaders en moeders móeten vaak wel allebei werken, omdat het moderne leven onbetaalbaar is geworden, maar een goede zaak vind ik het niet. De regering stimuleert zelfs dat beide ouders werken, net als het uitstellen van kinderen krijgen, maar wil daarnaast dat het gezin de hoeksteen van de samenleving blijft. Een fraaie tegenspraak.
En dan heb ik het nog niet eens over gescheiden ouders die hun kinderen opvoeden met de nieuwe partner. Meestal is het de biologische moeder (dat is een ander soort biologisch dan bij Albert Heijn) die de kinderen grootbrengt met een zogenaamde stiefvader, wiens gezag meer dan eens onder vuur ligt. De kinderen zetten zich af tegen die man die hun vader niet is en daarom niets in te brengen heeft. Mogelijk uit zich dat ook in het al genoemde gewelddadige gedrag.
Ik weet het allemaal niet. Ik ben geen gedragsdeskundige of socioloog. Misschien lijkt het probleem erger of groter dan het is doordat we de beschikking hebben over snelle media, waarop elke minuut van de dag nieuwe berichten worden geplaatst. ‘Vroeger’ had je het TV-journaal en de krant met het belangrijkste nieuws en daar moest je het mee doen.
Een voorbehoud is hier op zijn plaats. Natuurlijk ben ik weer lustig aan het generaliseren en scheer ik alle jongeren over één kam. Maar als u eerdere stukken op mijn weblog heeft gelezen, dan weet u dat ik af en toe ietwat overdrijf. Natuurlijk zijn er jongeren die zich wel kunnen gedragen en die hun tijd wel zinvol weten te besteden. Ook al ontkom ik ook in hun geval niet aan de indruk dat ze enigszins verwend worden. Maar er is een groot verschil tussen verwend worden en verwend zijn.
* voor de nieuwere generatie: LP staat voor langspeelplaat, een soort grote, zwarte CD met een doorsnede van liefst dertig centimeter die je, zonder het oppervlak met je vingers aan te raken, héééél voorzichtig uit een beschermhoes moest halen, die op haar beurt weer in een hoes zat met daarop de naam van de band of artiest en de titel - die hoes was vaak een kunstwerk op zich, daar kan het CD-boekje niet tegenop; die grote zwarte schijf legde je dan op een zogenaamde platenspeler … enfin, kijk maar op http://nl.wikipedia.org/wiki/Grammofoon
donderdag 24 juli 2008
Niet nagedacht is niet geleefd
Regelmatig heb ik een oud-collega aan de telefoon. Hij werkt momenteel bij een firma waar nog twee andere oud-collega’s van mij naar toe zijn gegaan. Onlangs belde hij weer. Ze hadden laatst een vergadering gehad op de zaak en op de een of andere manier was mijn naam ter sprake gekomen. Één van de andere oud-collega’s had gezegd “Als die Zandstra hier komt werken dan ben ik weg.” Ook in de vriendenkring van deze telefoneerder komen ex-collega’s voor die mij nog vaag kennen en dan alleen in negatieve zin. Hij zegt dat hij het voor mij opneemt als ik genoemd wordt. Maar met die ‘vrienden’ breken doet hij niet. Nou moet ik zeggen dat deze beller iemand is die met een behoorlijke dosis zout moet worden genomen. Bovendien, de meeste ex-collega’s wonen ver weg en zijn niet tot mijn vriendenkring gaan behoren, achteraf misschien wel met een reden. Ik heb dus niets meer met hun te maken. Toch heb ik wel vaker in mijn leven gehoord: “Die of die mag je niet.”, of iets van dien aard. Terwijl de persoon die mij zogenaamd niet mocht tegen mij altijd normaal had gedaan en ik van mijn kant altijd gedacht had dat ik het goed met die persoon kon vinden. Ik hou daar niet van. Ik sta op het standpunt “Als je me een klootzak vindt, zeg het dan recht in mijn gezicht.” Maar ach, ik denk dat ik niet uniek ben. Iedereen heeft wel een of meerdere keren in zijn leven een dergelijke ervaring gehad. Vaak is het ongunstige oordeel gebaseerd op roddel, achterklap en verkeerd uitgelegde woorden of omstandigheden. Juist omdat het geroddel in het geniep gebeurt kun je je niet verdedigen. Ik troost mij met de gedachte dat er genoeg mensen, een meerderheid, zijn van wie ik zeker weet dat ze me wél mogen. Van een enkeling weet ik zelfs dat hij mij op handen draagt. Zo hebben mijn vrouw en ik een gezamenlijke vriend hier in onze woonplaats die alleen woont en minder valide is. Als er wat is klopt hij bij ons aan en dat moet hij vooral blijven doen. Wij staan altijd voor hem klaar en hij steekt zijn dankbaarheid niet onder stoelen of banken. Regelmatig trakteert hij ons op eten, een bloemetje of een uitje.
Nu hoef ik niet zo nodig door iedereen geadoreerd te worden, eerlijk gezegd heb ik altijd gevonden dat men van mij mag denken wat men wil, als ik er maar geen last van heb. Ik hoef niet persé aardig gevonden te worden, alleen … als je me niet aardig vindt, zeg het dan gewoon. Dan kan ik zeggen “Ik vind jou ook een klootzak.” Of misschien wel “Jammer dat je me een klootzak vindt, ik mag jou namelijk wel.” En dan kun je erover praten. Maar zo zit de wereld helaas niet in elkaar, dat is mij inmiddels wel duidelijk geworden. Roddel, achterklap en kwaadsprekerij zijn handel. Op TV, in bladen, op internet. Men schaamt zich er blijkbaar niet voor om zijn of haar ongenoegen over een beroemdheid via de openbaarheid de wereld in te gooien zodat het slachtoffer via de media moet vernemen hoe er over hem of haar gedacht wordt. Zo erg is het in mijn geval gelukkig niet.
Om kort te gaan, niet iedereen hoeft mij aardig te vinden, maar het is wel meegenomen. De waarheid zal zoals gewoonlijk wel weer in het midden liggen: de één mag mij graag, de ander helemaal niet en een derde er tussenin, zoals een goede kennis die je af en toe ontmoet, maar met wie je verder geen vriendschappelijke relatie onderhoudt. Het enige dat ik kan doen om de wereld op dit vlak een beetje beter te maken is zelf niet mee te doen aan dit soort kwaadsprekerij. Ik zou liegen als ik zei dat ik dat nooit gedaan heb, maar ik heb het wel altijd geprobeerd te vermijden. Meestal zeg ik toch wel rechtstreeks tegen een persoon wat ik van hem of haar denk. Soms wordt er begripvol gereageerd, soms is het over en sluiten en soms houdt men de mond, mij in de waan latend dat het wel goed is. Misschien vind ik in die laatste categorie de mensen die zo negatief over mij lullen tegen anderen. Ik ben te eerlijk tegen hen geweest en dat is mij niet in dank afgenomen. In dit alles ligt voor mij de basis voor mijn sympathie voor mensen die in het openbaar gewoon zeggen wat ze denken, of men daar nu aanstoot aan neemt of niet. Figuren als Youp van ’t Hek, Freek de Jonge en Theo van Gogh hebben van hun hart nooit een moordkuil gemaakt, al is dat de laatstgenoemde wel zéér duur komen te staan. Daarbij vergeleken is wat geklets maar een bagatel.
Een van mijn voorgaande stukjes heette “Ik rijd dus ik besta”, een variatie op de officiële uitdrukking “Ik denk dus ik besta” (“Cogito ergo sum”). Als we dit credo hanteren zijn er veel mensen die niet écht bestaan, omdat ze niet of nauwelijks werkelijk nadenken. Ze roepen maar wat als de bekende kip zonder kop, enkel gebaseerd op een enkele kop in de krant of een gerucht in de kennissen- of vriendenkring. En als ze niet echt bestaan wil ik me er ook niet meer druk over maken. Ik doe in ieder geval niet (meer) mee aan het gekonkel. Maarten ’t Hart schrijft in zijn autobiografie “Het roer kan nog zesmaal om” dat het onzin is om te denken dat je van je afschrijft. Je schrijft eerder naar je toe. Zo wil ik het ook zien. Juist het oprakelen van oud zeer (hetgeen een groot woord is in dit verband) is eigenlijk naar je toe schrijven. Door het naar boven te halen kun je het verwerken en achter je laten, zodat je weer verder kan. In die zin zijn de vitaminen uit de titel van dit weblog ook voor mij bedoeld en niet alleen voor u als lezer met gezond verstand, al blijf ik hopen dat u wat aan mijn schrijfsels heeft, zoals uw lichaam en geest vitaminen nodig hebben.
Nu hoef ik niet zo nodig door iedereen geadoreerd te worden, eerlijk gezegd heb ik altijd gevonden dat men van mij mag denken wat men wil, als ik er maar geen last van heb. Ik hoef niet persé aardig gevonden te worden, alleen … als je me niet aardig vindt, zeg het dan gewoon. Dan kan ik zeggen “Ik vind jou ook een klootzak.” Of misschien wel “Jammer dat je me een klootzak vindt, ik mag jou namelijk wel.” En dan kun je erover praten. Maar zo zit de wereld helaas niet in elkaar, dat is mij inmiddels wel duidelijk geworden. Roddel, achterklap en kwaadsprekerij zijn handel. Op TV, in bladen, op internet. Men schaamt zich er blijkbaar niet voor om zijn of haar ongenoegen over een beroemdheid via de openbaarheid de wereld in te gooien zodat het slachtoffer via de media moet vernemen hoe er over hem of haar gedacht wordt. Zo erg is het in mijn geval gelukkig niet.
Om kort te gaan, niet iedereen hoeft mij aardig te vinden, maar het is wel meegenomen. De waarheid zal zoals gewoonlijk wel weer in het midden liggen: de één mag mij graag, de ander helemaal niet en een derde er tussenin, zoals een goede kennis die je af en toe ontmoet, maar met wie je verder geen vriendschappelijke relatie onderhoudt. Het enige dat ik kan doen om de wereld op dit vlak een beetje beter te maken is zelf niet mee te doen aan dit soort kwaadsprekerij. Ik zou liegen als ik zei dat ik dat nooit gedaan heb, maar ik heb het wel altijd geprobeerd te vermijden. Meestal zeg ik toch wel rechtstreeks tegen een persoon wat ik van hem of haar denk. Soms wordt er begripvol gereageerd, soms is het over en sluiten en soms houdt men de mond, mij in de waan latend dat het wel goed is. Misschien vind ik in die laatste categorie de mensen die zo negatief over mij lullen tegen anderen. Ik ben te eerlijk tegen hen geweest en dat is mij niet in dank afgenomen. In dit alles ligt voor mij de basis voor mijn sympathie voor mensen die in het openbaar gewoon zeggen wat ze denken, of men daar nu aanstoot aan neemt of niet. Figuren als Youp van ’t Hek, Freek de Jonge en Theo van Gogh hebben van hun hart nooit een moordkuil gemaakt, al is dat de laatstgenoemde wel zéér duur komen te staan. Daarbij vergeleken is wat geklets maar een bagatel.
Een van mijn voorgaande stukjes heette “Ik rijd dus ik besta”, een variatie op de officiële uitdrukking “Ik denk dus ik besta” (“Cogito ergo sum”). Als we dit credo hanteren zijn er veel mensen die niet écht bestaan, omdat ze niet of nauwelijks werkelijk nadenken. Ze roepen maar wat als de bekende kip zonder kop, enkel gebaseerd op een enkele kop in de krant of een gerucht in de kennissen- of vriendenkring. En als ze niet echt bestaan wil ik me er ook niet meer druk over maken. Ik doe in ieder geval niet (meer) mee aan het gekonkel. Maarten ’t Hart schrijft in zijn autobiografie “Het roer kan nog zesmaal om” dat het onzin is om te denken dat je van je afschrijft. Je schrijft eerder naar je toe. Zo wil ik het ook zien. Juist het oprakelen van oud zeer (hetgeen een groot woord is in dit verband) is eigenlijk naar je toe schrijven. Door het naar boven te halen kun je het verwerken en achter je laten, zodat je weer verder kan. In die zin zijn de vitaminen uit de titel van dit weblog ook voor mij bedoeld en niet alleen voor u als lezer met gezond verstand, al blijf ik hopen dat u wat aan mijn schrijfsels heeft, zoals uw lichaam en geest vitaminen nodig hebben.
woensdag 23 juli 2008
Open boek*
Ik had beloofd het dit keer weer wat intellectueler aan te pakken. Wat een flauwekul eigenlijk. Alsof het leven zo intellectueel of cultureel is. Mijn leven hangt net als dat van de meeste andere mensen van clichés aan elkaar: opstaan, werken, eten, slapen, boodschappen doen, enfin, vult u maar aan. Af en toe ontsnappen we aan die moordende regelmaat door een boek te lezen, een film of tv te kijken of naar muziek te luisteren. En het is juist het lézen waarmee ík althans probeer afstand te scheppen tussen de banale werkelijkheid en mijzelf. Het lezen van boeken die zijn geschreven door auteurs die net als ik aan de alledaagsheid proberen te ontsnappen, maar dan door te schrijven. En ook al gaan die boeken vaak over het gewone leven, toch is er in de Literatuur met grote ‘L’ sprake van een zekere vervreemding of afstand die het alledaagse banale van een speciale glans of kleur voorziet. De dingen zijn herkenbaar, maar ook weer niet. Zoals je een Ferrari, die meestal rood, wit of zwart is, op een dag in een kleur ziet waarin je hem nog nooit hebt gezien, bijvoorbeeld knalgroen. In films zie je wel eens een droom van iemand, weergegeven in vreemde kleuren, wazige beelden of slow motion, allemaal effecten die een zekere mate van vervreemding bewerkstelligen. En natuurlijk zijn er ook boeken, net als films trouwens, die aan de alledaagsheid proberen te ontkomen door een fantasiewereld te scheppen die weinig overeenkomsten vertoont met de werkelijkheid, met name in de genres science fiction en fantasy. In de ‘grote’ literatuur heb je voorbeelden als Hubert Lampo (o.a. ‘De komst van Joachim Stiller’) en Edgar Allan Poe, die beiden hun eigen fantasiewerelden schiepen.
Maar goed, dit weblog wil niet persé een dagboek zijn van mijn alledaagse beslommeringen, al kunnen die soms ook wel vermeldenswaard zijn. Neem nou vandaag. Ik heb het onderwerp boeken toch alweer aangesneden, dus kan ik daar mooi op inhaken. Vandaag heb ik voor een prikkie weer eens aantal leuke boeken gekocht (‘gescoord’ zegt men tegenwoordig) bij de Kringloop, waaronder zes boeken van Simon Vestdijk. Ik moet met het schaamrood op de kaken bekennen dat ik pas onlangs ben begonnen met het lezen van zijn boeken, en dat terwijl hij één van onze grootste schrijvers was. Waarom pas zo laat? Geen idee. Ik heb dat vaker. Met muziek, met films, maar vooral met schrijvers. Dan ben ik er gewoon nog niet aan toe. Terwijl ik al wel veel van Willem Frederik Hermans en Harry Mulisch heb gelezen, waarvan men zegt dat die niet altijd even ‘gemakkelijk’ zijn. Misschien heeft de omvang van zijn oeuvre mij wel altijd afgeschrikt. Vestdijk werd om die reden wel “De duivelskunstenaar” genoemd. Hij publiceerde meer dan honderd boeken tussen 1934 en 1971 (het jaar van zijn dood)! Romans en bundels met verhalen, gedichten, essays en kritieken (waaronder vele over klassieke muziek). Tijdgenoot en dichter Adriaan Roland Holst noemde hem “De man die sneller schrijft dan God kan lezen.” Maar dan ineens is het zover en hak ik de knoop door: nu ga ik Vestdijk lezen. Groot oeuvre of niet, gewoon ergens beginnen. Momenteel lees ik ‘Terug tot Ina Damman’, het eerst verschenen deel van de zogenaamde Anton Wachtercyclus en over het algemeen beschouwd als Vestdijks meesterwerk. Dit is pas het derde boek dat ik van hem lees, dus ik kan nog even vooruit.
Het heeft weinig zin om hier dieper op deze auteur in te gaan, aangezien er meer dan genoeg over hem te vinden is op het internet. Mocht u geïnteresseerd zijn, neemt u dan eens een kijkje op
http://www.svestdijk.nl/, http://nl.wikipedia.org/wiki/Simon_Vestdijk of www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=vest002.
Dit was weer eens een onvervalst cultureel onderonsje en u weet ook nog eens wat ik vandaag gedaan heb, al is het maar voor een heel klein gedeelte. Natuurlijk maak ik zulk soort uitstapjes, die naar de Kringloop bedoel ik, tussen de bedrijven door, als ik onderweg voor mijn werk tussen de middag even tijd heb.
Hoe dit weblog verder gaat verlopen is voor mij nog een vraag. De ene keer kan het een dagboekkarakter hebben, de andere keer kan het weer over literatuur, muziek of film gaan of zomaar iets van (populair-)filosofische aard. Het ligt er maar net aan hoe mijn pet staat. Zowel voor mij als voor u een verassing dus. Ook wat de frequentie betreft wil ik geen toezeggingen doen. Het kan zijn dat ik elke dag wat schrijf, of om de dag of één keer in de week. Ik publiceer gewoon ad hoc, dus zodra ik weer wat te melden heb. In ieder geval hoop ik u te vermaken en af en toe op een idee te brengen.
* 'Open boek' is de titel van een roman van Simon Vestdijk uit 1957
Maar goed, dit weblog wil niet persé een dagboek zijn van mijn alledaagse beslommeringen, al kunnen die soms ook wel vermeldenswaard zijn. Neem nou vandaag. Ik heb het onderwerp boeken toch alweer aangesneden, dus kan ik daar mooi op inhaken. Vandaag heb ik voor een prikkie weer eens aantal leuke boeken gekocht (‘gescoord’ zegt men tegenwoordig) bij de Kringloop, waaronder zes boeken van Simon Vestdijk. Ik moet met het schaamrood op de kaken bekennen dat ik pas onlangs ben begonnen met het lezen van zijn boeken, en dat terwijl hij één van onze grootste schrijvers was. Waarom pas zo laat? Geen idee. Ik heb dat vaker. Met muziek, met films, maar vooral met schrijvers. Dan ben ik er gewoon nog niet aan toe. Terwijl ik al wel veel van Willem Frederik Hermans en Harry Mulisch heb gelezen, waarvan men zegt dat die niet altijd even ‘gemakkelijk’ zijn. Misschien heeft de omvang van zijn oeuvre mij wel altijd afgeschrikt. Vestdijk werd om die reden wel “De duivelskunstenaar” genoemd. Hij publiceerde meer dan honderd boeken tussen 1934 en 1971 (het jaar van zijn dood)! Romans en bundels met verhalen, gedichten, essays en kritieken (waaronder vele over klassieke muziek). Tijdgenoot en dichter Adriaan Roland Holst noemde hem “De man die sneller schrijft dan God kan lezen.” Maar dan ineens is het zover en hak ik de knoop door: nu ga ik Vestdijk lezen. Groot oeuvre of niet, gewoon ergens beginnen. Momenteel lees ik ‘Terug tot Ina Damman’, het eerst verschenen deel van de zogenaamde Anton Wachtercyclus en over het algemeen beschouwd als Vestdijks meesterwerk. Dit is pas het derde boek dat ik van hem lees, dus ik kan nog even vooruit.
Het heeft weinig zin om hier dieper op deze auteur in te gaan, aangezien er meer dan genoeg over hem te vinden is op het internet. Mocht u geïnteresseerd zijn, neemt u dan eens een kijkje op
http://www.svestdijk.nl/, http://nl.wikipedia.org/wiki/Simon_Vestdijk of www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=vest002.
Dit was weer eens een onvervalst cultureel onderonsje en u weet ook nog eens wat ik vandaag gedaan heb, al is het maar voor een heel klein gedeelte. Natuurlijk maak ik zulk soort uitstapjes, die naar de Kringloop bedoel ik, tussen de bedrijven door, als ik onderweg voor mijn werk tussen de middag even tijd heb.
Hoe dit weblog verder gaat verlopen is voor mij nog een vraag. De ene keer kan het een dagboekkarakter hebben, de andere keer kan het weer over literatuur, muziek of film gaan of zomaar iets van (populair-)filosofische aard. Het ligt er maar net aan hoe mijn pet staat. Zowel voor mij als voor u een verassing dus. Ook wat de frequentie betreft wil ik geen toezeggingen doen. Het kan zijn dat ik elke dag wat schrijf, of om de dag of één keer in de week. Ik publiceer gewoon ad hoc, dus zodra ik weer wat te melden heb. In ieder geval hoop ik u te vermaken en af en toe op een idee te brengen.
* 'Open boek' is de titel van een roman van Simon Vestdijk uit 1957
maandag 21 juli 2008
Ik rijd dus ik besta
Zoals jullie in mijn eerste artikel hebben kunnen lezen reis ik met de auto het halve (soms hele) land door. Zodoende maak ik een fors aantal kilometers, waarvan ik er heel veel stilsta of langzaam rijd. Dit ongemak, dat bekend staat als ‘file’, hoort nu eenmaal bij het volle Nederland, de Randstad in het bijzonder, maar daar wil ik het hier nu niet over hebben. Wat ik in dit artikel wil doen is een onderverdeling maken in de verschillende typen autorijder die ik regelmatig tegenkom. Daarbij wil ik het onderscheid tussen de seksen buiten beschouwing laten, al zijn er duidelijke verschillen in rijgedrag. Echter, zonder aanziens des geslachts, waar ‘hij’ staat mag soms ook ‘zij’ gelezen worden, wil ik de navolgende typen chauffeurs onderscheiden in willekeurige volgorde:
1. de inhouler: dit type automobilist haalt mij in op de snelweg met een klein snelheidsverschil, om vervolgens, als hij mij bijna helemaal voorbij is, weer gas terug te nemen, omdat hij zich wellicht bedenkt dat hij te hard gaat en niet harder durft uit angst geflitst te worden. Vooral op de snelwegen rond de grote steden in de Randstad, waar slechts 80 mag worden gereden, vinden veel trajectcontroles plaats en het is vooral dáár dat ik dit type tegenkom. Dus eerst inhálen en dan inhóuden, erg vervelend, omdat ik wél constant rijd en daardoor dreig hém weer in te halen, met dat verschil, dat ik rechts rijd en hem dus, als ik niet uitkijk, rechts ga inhalen, hetgeen buiten de file niet is toegestaan. Moet ik gewoon doorgaan of ook inhouden, achterlangs en links voorbij gaan? Ik weet het niet, u?;
2. de 110-rijder: er zijn heel veel verschillende snelheidslimieten in Nederland, variërend van 30 tot 120 kilometer per uur, maar ik heb het hier even over de snelweg en daar geldt over het algemeen 100 of 120 als limiet. Ik ben zo’n fatsoensrakker die zich over het algemeen keurig aan de juiste limiet houdt, dus 100 of 120, naar gelang hetgeen wordt aangegeven. Maar, er zijn ook van die automobilisten die iets te hard rijden waar je 100 mag en, u raadt het misschien al, iets te langzaam waar je 120 mag. Ze hebben dus een snelheid die er tussenin ligt, ongeveer 110. Ik kom ze wel tachtig keer tegen onderweg. Ze rijden dan wel redelijk constant, maar ik vind het ergens storend. Bovendien, op de plaatsen waar slechts 100 mag worden gereden lopen ze ook nog eens de kans geflitst te worden. Houd je aan de geldende limiet en je bent net zo snel op je eindbestemming, zonder bekeuring;
3. de niet-constante rijder: een variant op nummer 2. Rijdt altijd te hard of te langzaam, maar op een onvoorspelbare manier, los van snelheidslimieten. Met mijn redelijk constante en consequente rijgedrag kom ik ook dit type tachtig keer op dezelfde weg tegen. Zo mogelijk nog irritanter;
4. de kamelenrijder: u kent hem vast wel, de overwegend jonge man (nu moet ik wel even onderscheid naar sekse maken) die zijn linkerhand over het stuur laat hangen en met zijn rechterarm op de eventueel aanwezige middensteun leunt, waardoor een naar rechts overhellende lichaamshouding ontstaat. De naam heb ik ontleend aan een zeer foute mop die ik eens gehoord heb: “Waarom zitten Marokkaanse jongeren vaak naar rechts hangend in de auto?” Antwoord: “Dat hebben ze nog uit de tijd dat ze in Marokko op een kameel zaten. Zo keken ze om de kop van de kameel heen.” Zoals gezegd, heel fout en bovendien, het zijn niet alleen Marokkaanse jongeren die hangen in de auto, maar jongeren in het algemeen. Meestal het soort dat in het bezit is van een opgevoerde, van spoilers en andere toeters en bellen voorziene (‘gepimpte’) auto van het type Opel Astra, Ford Escort, VW Golf of Honda Civic (de zogenaamde ‘Poor Man’s Ferrari’). Maar ik noem ze voor de duidelijkheid allemaal maar even kamelenrijders. Sorry medelanders;
5. het heen-en-weertype : OK, toch even een filetype, namelijk de chauffeur die meent dat de andere rijbaan net iets sneller gaat dan die waarin hij zit, totdat hij van rijstrook gewisseld is en tot de conclusie komt dat de ándere weer net wat sneller gaat enz. Erg storend en de schrik van de motorrijder die, zoals bekend, tegenwoordig tussen de file door mag rijden met een niet al te groot snelheidverschil (hoewel daar wel eens van afgeweken wordt). Van dit soort krijg ik zelf ook het heen en weer;
6. de "Fuck you"- of "Oh ja"-rijder: ook zeer irritant. Ik rijd keurig met de toegestane snelheid en wil iemand inhalen die nét iets onder de limiet rijdt. Op het moment dat ik hem voorbij lijk te gaan geeft hij gas bij, als ware het dat hij denkt "Bekijk het maar, ik laat mij niet inhalen", of "Oh ja, ik mag hier ... kilometer per uur rijden, laat ik er wat aan doen" en ben ik gedwongen om onverrichterzake op mijn schreden terug te keren en weer naar rechts te gaan.
Ach, zo zou ik nog een tijdje door kunnen gaan. Maar de meesten van ons kennen de overige types wel: de onzekere, vaak oudere rijders (de beruchte man met de hoed of het oude dametje in haar koekblik), de bumperklevers (vaak in een BMW of Mercedes) en andere jakkeraars. Enfin, daar hoef ik niet verder op in te gaan. Ik wilde jullie even laten delen in mijn ergernissen, al is dat wat zwaar uitgedrukt. Het is ook zeker niet de eerste keer dat er een poging is gedaan autorijders in te delen in categorieën, daarin ben ik niet origineel. Wel meen ik dat ik bepaalde door mij genoemde typen niet eerder benoemd heb zien worden (behalve dan het heen-en-weertype), maar ik kan mij vergissen. De meeste van de besproken typen komen trouwens op de snelweg voor. De bekende gevaarlijke manoeuvres op provinciale wegen zijn jullie vast ook wel bekend.
Excuses voor de soms generaliserende toon in mijn stukje, maar u moet er een beetje de ironie van inzien en trouwens, generaliseren doen we allemaal (en ook dat is weer generaliserend).
Uiteraard houd ik mij aanbevolen als u nog aanvullende typen weet te benoemen die u nog niet eerder in woord of geschrift bent tegengekomen.
Dit was niet bepaald een stukje van hetzelfde intellectuele allooi als het voorgaande, maar dat maak ik in het volgende wel weer goed.
1. de inhouler: dit type automobilist haalt mij in op de snelweg met een klein snelheidsverschil, om vervolgens, als hij mij bijna helemaal voorbij is, weer gas terug te nemen, omdat hij zich wellicht bedenkt dat hij te hard gaat en niet harder durft uit angst geflitst te worden. Vooral op de snelwegen rond de grote steden in de Randstad, waar slechts 80 mag worden gereden, vinden veel trajectcontroles plaats en het is vooral dáár dat ik dit type tegenkom. Dus eerst inhálen en dan inhóuden, erg vervelend, omdat ik wél constant rijd en daardoor dreig hém weer in te halen, met dat verschil, dat ik rechts rijd en hem dus, als ik niet uitkijk, rechts ga inhalen, hetgeen buiten de file niet is toegestaan. Moet ik gewoon doorgaan of ook inhouden, achterlangs en links voorbij gaan? Ik weet het niet, u?;
2. de 110-rijder: er zijn heel veel verschillende snelheidslimieten in Nederland, variërend van 30 tot 120 kilometer per uur, maar ik heb het hier even over de snelweg en daar geldt over het algemeen 100 of 120 als limiet. Ik ben zo’n fatsoensrakker die zich over het algemeen keurig aan de juiste limiet houdt, dus 100 of 120, naar gelang hetgeen wordt aangegeven. Maar, er zijn ook van die automobilisten die iets te hard rijden waar je 100 mag en, u raadt het misschien al, iets te langzaam waar je 120 mag. Ze hebben dus een snelheid die er tussenin ligt, ongeveer 110. Ik kom ze wel tachtig keer tegen onderweg. Ze rijden dan wel redelijk constant, maar ik vind het ergens storend. Bovendien, op de plaatsen waar slechts 100 mag worden gereden lopen ze ook nog eens de kans geflitst te worden. Houd je aan de geldende limiet en je bent net zo snel op je eindbestemming, zonder bekeuring;
3. de niet-constante rijder: een variant op nummer 2. Rijdt altijd te hard of te langzaam, maar op een onvoorspelbare manier, los van snelheidslimieten. Met mijn redelijk constante en consequente rijgedrag kom ik ook dit type tachtig keer op dezelfde weg tegen. Zo mogelijk nog irritanter;
4. de kamelenrijder: u kent hem vast wel, de overwegend jonge man (nu moet ik wel even onderscheid naar sekse maken) die zijn linkerhand over het stuur laat hangen en met zijn rechterarm op de eventueel aanwezige middensteun leunt, waardoor een naar rechts overhellende lichaamshouding ontstaat. De naam heb ik ontleend aan een zeer foute mop die ik eens gehoord heb: “Waarom zitten Marokkaanse jongeren vaak naar rechts hangend in de auto?” Antwoord: “Dat hebben ze nog uit de tijd dat ze in Marokko op een kameel zaten. Zo keken ze om de kop van de kameel heen.” Zoals gezegd, heel fout en bovendien, het zijn niet alleen Marokkaanse jongeren die hangen in de auto, maar jongeren in het algemeen. Meestal het soort dat in het bezit is van een opgevoerde, van spoilers en andere toeters en bellen voorziene (‘gepimpte’) auto van het type Opel Astra, Ford Escort, VW Golf of Honda Civic (de zogenaamde ‘Poor Man’s Ferrari’). Maar ik noem ze voor de duidelijkheid allemaal maar even kamelenrijders. Sorry medelanders;
5. het heen-en-weertype : OK, toch even een filetype, namelijk de chauffeur die meent dat de andere rijbaan net iets sneller gaat dan die waarin hij zit, totdat hij van rijstrook gewisseld is en tot de conclusie komt dat de ándere weer net wat sneller gaat enz. Erg storend en de schrik van de motorrijder die, zoals bekend, tegenwoordig tussen de file door mag rijden met een niet al te groot snelheidverschil (hoewel daar wel eens van afgeweken wordt). Van dit soort krijg ik zelf ook het heen en weer;
6. de "Fuck you"- of "Oh ja"-rijder: ook zeer irritant. Ik rijd keurig met de toegestane snelheid en wil iemand inhalen die nét iets onder de limiet rijdt. Op het moment dat ik hem voorbij lijk te gaan geeft hij gas bij, als ware het dat hij denkt "Bekijk het maar, ik laat mij niet inhalen", of "Oh ja, ik mag hier ... kilometer per uur rijden, laat ik er wat aan doen" en ben ik gedwongen om onverrichterzake op mijn schreden terug te keren en weer naar rechts te gaan.
Ach, zo zou ik nog een tijdje door kunnen gaan. Maar de meesten van ons kennen de overige types wel: de onzekere, vaak oudere rijders (de beruchte man met de hoed of het oude dametje in haar koekblik), de bumperklevers (vaak in een BMW of Mercedes) en andere jakkeraars. Enfin, daar hoef ik niet verder op in te gaan. Ik wilde jullie even laten delen in mijn ergernissen, al is dat wat zwaar uitgedrukt. Het is ook zeker niet de eerste keer dat er een poging is gedaan autorijders in te delen in categorieën, daarin ben ik niet origineel. Wel meen ik dat ik bepaalde door mij genoemde typen niet eerder benoemd heb zien worden (behalve dan het heen-en-weertype), maar ik kan mij vergissen. De meeste van de besproken typen komen trouwens op de snelweg voor. De bekende gevaarlijke manoeuvres op provinciale wegen zijn jullie vast ook wel bekend.
Excuses voor de soms generaliserende toon in mijn stukje, maar u moet er een beetje de ironie van inzien en trouwens, generaliseren doen we allemaal (en ook dat is weer generaliserend).
Uiteraard houd ik mij aanbevolen als u nog aanvullende typen weet te benoemen die u nog niet eerder in woord of geschrift bent tegengekomen.
Dit was niet bepaald een stukje van hetzelfde intellectuele allooi als het voorgaande, maar dat maak ik in het volgende wel weer goed.
Abonneren op:
Posts (Atom)