dinsdag 2 september 2008

Op straat (2)

A "Hé hi, wat leuk jou weer eens te zien. Alles alright old boy?"
B "Hallo. Eh ja, prima, met jou?"
A "Yes, fabeltastisch."
B "Eh, fijn te horen."
A "Long time no see. In wat voor business zit jij tegenwoordig?"
B "Ik werk bij de gemeente."
A "OK dan. Weet je wat mijn ding is?"
B "Nou? "
A "Ik heb mijn eigen company."
B "Goh, wat leuk joh. Waarin dan?"
A "Oh, ik rommel wat aan in de finance. You know, financiële adviezen voor andere companies. Ik beheers zo'n beetje hun cash flow en meer van dat soort issues. Dat is mijn core business."
B "Tjee, wat goed van je. Een eigen bedrijf beginnen in deze tijd. Jij durft!"
A "Ach, dat valt wel mee. Gewoon doen. Finance is trouwens helemaal hot en mijn company doet het goed. Top of the bill."
B "Nou, fijn voor je jongen. Maarreh, ik moet er weer eens vandoor, want ik was op weg naar mijn werk. We moeten maar eens een afspraak maken om wat bij te kletsen."
A "Helemaal OK. Hier heb je mijn company card met mijn telefoonnummer. Bel me maar een keer voor een appointment. Dan ga ik ook weer verder. See you!"
B "Ja, jij ook tot ziens!"

........

B (tegen zichzelf) "Wie was dat in hemelsnaam?" (kijkt op het visitekaartje) "De naam zegt me helemaal niets. Heeft zeker een tijdje in het buitenland gewoond. Hij praatte zo raar."