donderdag 12 februari 2009

De Schrift betwist

In mijn boekenkast staat praktisch het gehele oeuvre van de Maassluise schrijver Maarten 't Hart. Twee boeken daarvan hebben de titels 'Wie God verlaat heeft niets te vrezen - De Schrift betwist' en 'De bril van God - De Schrift betwist II'. Vermakelijke literatuur voor zowel christenen als heidenen, waarin de Bijbel genadeloos wordt ontleed. 't Hart laat met een eikenhouten overtuigingskracht zien dat de Heilige Schrift zichzelf keer op keer tegenspreekt. Deel I wordt afgesloten met een nawoord dat ik u niet wil onthouden. Bij dezen publiceer ik het stukje integraal.

Nawoord


Zo geschiedt het: om te voorkomen dat je klagelijk zult schreien word je, grondig beneveld door een in brandewijn gedrenkte dot suiker, op een zondagmorgen een kerk ingedragen. Zonder dat je kunt protesteren wordt de volledig onbijbelse babydoop aan je voltrokken. Daarna is zowat het eerste wat je kunt stamelen een kindergebedje en blijkt het eerste liedje - ook een gebedje trouwens - dat je kunt zingen als volgt te luiden:


Ik ga slapen, ik ben moe,
‘k sluit mijn beide oogjes toe.
Here, houdt ook deze nacht,
over mij getrouw de wacht.

‘t Boze dat ik heb gedaan
zie het, Here, toch niet aan
schoon mijn zonden vele zijn,
maak om Jezus’ wil mij rein.


Je krijgt te horen dat Jezus van je verlangt dat je ‘een kaarsje zult zijn, brandend in de nacht’, en dat je in die hoedanigheid van kaarsje je hele leven bij voorkeur ‘in een klein hoekje’ moet doorbrengen. Al op de bewaarschool krijg je elke morgen van negen tot tien uur bijbelse geschiedenis, en datzelfde uur blijkt ook zes jaar lang op de lagere school het geschiktste tijdstip te zijn voor duurzame indoctrinatie met het Woord. Elke dag wordt bij elke maaltijd een hoofdstuk  uit de Schrift gelezen en elke zondag hoor je van jongs af twee preken. Bovendien breng je het grootste deel van de zondagmiddag door op de zondagsschool, waar je ook weer elke week getrakteerd wordt op een bijbelse vertelling. Ditmaal met een heus flanelbord! Vanaf je twaalfde wordt geprobeerd je zover te krijgen dat je elke zondagavond naar de jongensclub Samuel zult gaan en vanaf je zestiende brengt men dominees en ouderlingen in het geweer om je ertoe te bewegen lid te worden van de jongelingsvereniging Credo. Elke voetstap, elke handeling, elke uiting dient in het teken te staan van en geijkt te zijn aan het ‘Eenig Nodige’. Hoewel de hele wereld bespikkeld is met een verwarrende, duizelingwekkende hoeveelheid godsdiensten, overtuigingen, levensbeschouwingen, krijg je elke zondag in de kerk te horen dat - hoe opmerkelijk - juist daar  'de enige ware en waarachtige en volkomen leer der zaligheid gepredikt wordt.’
  Men zet alles op alles om je zover te krijgen dat je, liefst zo klakkeloos mogelijk, zult aanvaarden wat je herders, je onderwijzers, je zondagsschoolmeesters, je ouders  je voorhouden. Zodra het tijdstip in zicht komt waarop je niet meer minderjarig zult zijn, wordt er krachtige aandrang op je uitgeoefend om je via een totaal onbijbelse procedure die men eerbiedig aanduidt als ‘het afleggen van de openbare geloofsbelijdenis’, belijdend lid der Kerk te doen worden. Want ben je eenmaal belijdend lid, dan mag je - wat een zeldzaam voorrecht! - aanzitten aan de Tafel des Heren (om je aldaar eventueel een oordeel te kunnen eten en drinken).
  Toch kom je, ondanks deze verbluffende hersenspoeling, al vrij spoedig tot de ontdekking dat de bijbel een gruwelijk, duister, kwaadaardig boek is vol volkerenmoord en doodslag, en dat de wraakzuchtige, humorloze, opmerkelijk licht ontvlambare God van de bijbel die volkerenmoord en doodslag niet alleen regelmatig in de krachtigste bewoordingen van zijn gunstelingen eist, maar er ook Zelf niet voor terugschrikt om goedwillende mensen zoals Uza op de meest gruwelijke wijze om te brengen. Ook merk je al vrij snel dat de enigszins geëxalteerde, maar niet direct onsympathieke jongeman die als stichter geldt van de 'enige ware godsdienst' althans in de eerste drie evangeliën nergens met die draconische bewering leurt dat hij gekomen is om via zijn kruisdood de zonden der wereld weg te nemen. En het valt je al snel op dat hij er ook nooit op zinspeelt dat je alleen maar behouden kunt worden door dat te geloven. Integendeel: hij is vervuld van de verwachting van een koninkrijk dat zo spoedig zal komen dat een aantal van zijn volgelingen, zoals hij herhaaldelijk meedeelt, de komst ervan nog zal meemaken.
  Toch wordt je jarenlang krachtig ingepeperd dat, mits je het gelovig aanvaardt, zijn kruisdood jouw behoud betekent. Tegelijkertijd ben je bang gemaakt voor de buitenste duisternis, waar het geween zal zijn en de knersing der tanden. Daardoor kost het je de grootste mogelijke moeite om al die absurde waanvoorstellingen enigszins te boven te komen en van je af te schudden - om te merken dat ze in je dromen regelmatig plegen terug te komen, zonder dat ze aan kracht ingeboet hebben.
  En dan kom je, via een boek van Archibald Robertson dat naar de onschuldige titel The Origins of Christianity luistert, tot de ontdekking dat er een uitgebreide literatuur bestaat over de oorsprong van het christendom en over het historisch-kritisch bijbelonderzoek, waarover je, noch in de kerk, noch op de lagere school, noch op de zondagsschool, laat staan op de bijeenkomsten van al die clubs en verenigingen, ook maar iets te horen hebt gekregen. En wat je dan ervaart, is waarschijnlijk vergelijkbaar met wat een vrouw ervaart die erachter komt dat haar echtgenoot al jarenlang een vriendin heeft. Je hebt het gevoel alsof je op grove wijze bedrogen bent. Alles wat je zo grondig ingepeperd werd, blijkt op drijfzand te berusten. En na jarenlang lezen, twijfelen, studeren en tobben kom je uiteindelijk tot de bevrijdende conclusie: het is allemaal grote onzin.
  Het blijft iets ongelooflijks dat je gedurende al die jaren van je jeugd dag in, dag uit met zulke onbedaarlijke apekool geteisterd mag worden. Terwijl het van de eerste tot en met de laatste lettergreep een kolossale leugen en verpletterend bedrog is. Toch wordt er geen enkele belemmering opgeworpen om er je hele jeugd mee te vergiftigen. Er wordt juist net gedaan alsof alle moraal, alle beschaving rechtstreeks uit deze levensovertuiging voortvloeit. En dat terwijl deze fanatiekste en onverdraagzaamste van alle godsdiensten een vreselijke geschiedenis achter de rug heeft. In het bijzonder heeft de paapse variant ervan geëxcelleerd in een eeuwenlange en feitelijk tot op de dag van vandaag voortdurende onderdrukking van de vrouw. Ook heeft deze paapse variant een gruwelijke geschiedenis achter de rug van de meest infame en meedogenloze kettervervolgingen, van eeuwenlange heksenverbrandingen en van zeldzaam misdadige kruistochten. Gesanctioneerd door het Woord, waarin slavernij door God zelf wordt aanbevolen, heeft men zich bovendien onbelemmerd uitgeleefd in slavenhandel. Maar het ergste van alles is ongetwijfeld geweest dat de Kerk vanaf het begin van haar ontstaan een virulent antisemitisme heeft gepredikt dat, onder andere door toedoen van een van de afschuwelijkste antisemieten die de wereld ooit gekend heeft, Maarten Luther, uiteindelijk heeft geresulteerd in de grootste tragedie die zich op deze wereld heeft afgespeeld.
  Niettemin blijven pausen, kardinalen, bisschoppen, dominees, voorgangers, evangelisten en hoe al deze bedriegers verder ook mogen heten, onder de naam 'blijde boodschap' en onder schaamteloos voorbijzien van de resultaten van historisch-kritisch bijbelonderzoek en van alles wat bekend is geworden over de oorsprong van het christendom, die barbaarse lariekoek nadrukkelijk verkondigen. Je kunt er je stem tegen verheffen, maar in feite ben je als individu machteloos. Ze hullen die stokoude waanideeën in een nieuw gewaad, ze beweren dat de theologie van schaamte en schuld is vervangen door de theologie van moed en bevrijding. Ze vervangen de weliswaar barse, maar klare taal van calvinisten en katholieken door schimmige, bloedeloze beuzelpraatjes over ‘God, die een open vraag is’. Ze verkondigen minzaam dat je de bijbelverhalen niet letterlijk, maar symbolisch moet opvatten. In gewoon Nederlands komt hun boodschap erop neer dat God ons aangaande Zijn bedoelingen onderwijst met lullige sprookjes over lispelende slangen, sprekende ezels en drijvende bijlen.
  Komt toch allen die vermoeid en belast zijn met deze beuzelpraatjes. Werp het allemaal met soevereine minachting voor dominees en priesters van u af. Ervaar hoe het is om eindelijk, bevrijd van getob en twijfel, met hersenen waaruit al het spinrag van deze ziekelijke overtuigingen weggeblazen is, opgelucht als nooit tevoren en weloverwogen te kunnen uitroepen: ‘God bestaat niet!’.