dinsdag 27 juli 2010

Ik krijg er een punthoofd van

Zoals u inmiddels weet ben ik geen geloofsfanaat, maar ik vind het onterecht dat pastoor Paul Vlaar uit het Noord-Hollandse Obdam in de ban is gedaan door de katholieke kerk in de persoon van bisschop Punt. Om uw geheugen even op te frissen: pastoor Paul Vlaar hield op 11 juli (de zondag van de WK-finale) een kerkdienst in het oranje. Ook de kerkgangers kwamen in het oranje en er werden zelfs oranjeliederen gezongen. De kerk had de afgelopen decennia niet zo vol gezeten. Maar...dat mocht niet van het behoudende deel van de kinderminnende jurkendragers. Zij hebben liever lege kerken met wierookslingerende apen die met hun kinderopjes zo onder hun wijde gewaden passen.
Ach, wat maak ik mij eigenlijk druk. Laten ze vrolijke diensten maar verbieden. Zo worden hun kerken vanzelf leger en leger en sterft het katholicisme vanzelf een natuurlijke dood. En toch heb ik bewondering voor Paul Vlaar. Zijn glibberige naamgenoot in Oberhausen (u weet wel, de inktvis met WK-voorspellende gaven) mogen ze van mij frituren, maar pastoortje Paul mag wat mij betreft z'n functie wel weer uitoefenen. Punt.

dinsdag 20 juli 2010

De Winter in de zomer

Mooi weer en vakantie. De ideale omstandigheden om in de tuin boeken te lezen. Vandaar dat het even duurt eer u hier weer een artikel van mij aantreft. En reken maar dat ik nog meer dan voldoende boeken heb om te lezen. Eergisteren kreeg ik er zelfs weer een boek bij. Een verlaat verjaardagscadeau. "Suezkade" van Jan Siebelink. Mooi boek, al waren de kritieken verdeeld. Maar daar trek ik mij nooit iets van aan. Een boek bekoort mij of het bekoort mij niet. Mijn kwaliteitsnorm voor een boek is dat het vlot leest en dat het je achterlaat met een tevreden gevoel. Zo ben ik in korte tijd alweer aan het vierde boek van Leon de Winter bezig. Na "Supertex", "God's gym" en "Zionoco" (en tussendoor Siebelink dus) ben ik nu bezig in "De hemel van Hollywood". Veel van De Winters boeken spelen zich af in de Verenigde Staten. Hij woont er ook goeddeels. Vlot leesbare lectuur. Literair en toch spannend. Internationaal en een vleugje misdaad of spionage. Heerlijk met de zon en een pilsje erbij.
Zo, dit was mijn hoogstaande bijdrage voor deze keer. Volgende keer iets originelers.

dinsdag 6 juli 2010

Jan Blokker, 1927-2010

Vandaag overleed de nestor van de Nederlandse column, Jan Blokker. Samen met Hugo Brandt Corstius wellicht de grootste columnist die we hebben gehad. Tijdens mijn studie Letteren aan de Universiteit van Tilburg (toen nog Katholieke Universiteit Brabant) werd er veel aandacht besteed aan het verschijnsel column en aan de eventuele literaire kwaliteiten ervan. Naast de twee reeds genoemden had je Remco Campert, Renate Rubinstein (Tamar), Jan Hein Donner (de schaker) en nog vele anderen. Vooral in de jaren tachtig, de tijd waarin ik studeerde, was de column als literaire vorm bezig aan een enorme opmars.
Heden ten dage kun je in geen krantje of blaadje, al dan niet gratis, een bladzijde opslaan of er staat een 'column'. Iedereen die een beetje denkt te kunnen schrijven voelt zich al gauw 'columnist'. En dan heb ik het nog niet eens over internet. Veel thuisploeterende bloggers die denken een leuk stukje te schrijven wanen zich al gauw een Jan Blokker! Ondergetekende is daar op geen uitzondering.
Maar goed, Jan Blokker was een ├Ęchte grote. Zijn stukjes waren meestal politiek getint en altijd messcherp. Hij werd tot aan zijn dood toe 'gevreesd'. Zelfs vorige week heeft hij nog geschreven. In de krant wel te verstaan, want met internet had hij als man van de oude stempel hoegenaamd niets. Hij was een man van de ouderwetse krant. Punt.
Jan, ook achter jouw leven staat nu een punt. Je hebt je laatste zin geschreven. De volgende zal op je grafsteen staan. Als men slim is zet men er een citaat van jou op, want niemand kan beter verwoorden hoe jij was dan jijzelf.