woensdag 8 oktober 2008

SEKS

Vorige week schreef ik nog dat ze zich in Den Haag druk moesten maken om werkelijk belangrijke zaken. Nou, ze mogen zich nu druk maken. De financiële crisis grijpt om zich heen en beheerst het nieuws. Frappant dat je dus gelijk niets meer hoort over Rita Verdonk of het zogenaamde revolutionaire verleden van sommige politici. Ook had ik het over de wat minder bedeelde medemens. Misschien zijn zij nu degenen die zich het minst druk maken over alles. Juist de rijken liggen wakker van hun belegde vermogen. Hoewel, ook Jan met de Pet die een internetspaarrekening met een leuke rente heeft lopen bij die IJslandse bank bijvoorbeeld is niet blij. Hoe dan ook, in de auto waarin ik de hele dag Radio 1 heb opstaan gaat het over niets anders meer.
Daarom snij ik maar eens een totaal ander onderwerp aan. Wat dacht u van het apparaat waar u nu achter zit (eigenlijk zit u er voor, anders zag u enkel snoertjes of de achterkant van de klep van uw laptop, maar bij de computer heet het dat u ‘erachter’ zit; bij de TV zit men ‘ervoor’). Wat valt er eigenlijk nog over te zeggen? Voor de één is het een vloek, omdat hij of zij er al de hele dag op het werk ‘achter’ heeft gezeten, voor de ander een zegen, omdat hij of zij zonder dat ding geen of nauwelijks contact met de buitenwereld zou hebben. Denk aan in- of minder valide mensen die weinig de deur uit kunnen of durven. Ik zit er beetje tussen in. Soms vervloek ik het apparaat omdat ik er op gezette tijden noodgedwongen veel te lang achter zit, maar meestal vind ik het die fantastische uitvinding waarmee ik mijn bankzaken kan doen, mailen, van alles opzoeken op het internet, foto’s bewerken, muziek en films downloaden, cd’s en dvd’s branden en dit weblog onderhouden. Kortom, een veelzijdiger apparaat bestaat er niet. Mijn eerste schreden op het computerpad zette ik in 1984. Ik was vierentwintig en ik kocht de toen zeer populaire Commodore 64 (http://nl.wikipedia.org/wiki/Commodore_64) die je gewoon op je TV kon aansluiten. Dat getal stond voor het kolossale RAM-geheugen van maar liefst 64 KILObytes (Hebben die bestaan? Ja!), waarvan er alleen al 26 werden verbruikt door het besturingssysteem(pje) zodat je het met slechts 38 Kilobytes moest doen. Een programma laadde je vanaf een speciaal soort cassetterecorder die je erop aansloot. En lang dat het duurde, dat laden! En dat voor die paar Kilobytes! Later kocht ik er een losse 5 ¼ inch floppy drive (http://nl.wikipedia.org/wiki/Floppy) bij. Harddisk? Niks ervan. Monitor? Niet nodig. Leuk? Dat wel, want je wist niet beter en tweedimensionale spelletjes zoals PacMan en Donkey Kong waren revolutionair in die tijd. In het spel Zaxxon (http://en.wikipedia.org/wiki/Zaxxon) werd zelfs de illusie van een derde dimensie gewekt! Windows zat er niet op, Commodore hanteerde een eigen, zeer eenvoudig besturingssysteem zonder vensters. Het werkte met tekstcommando’s en je kon ook programmeren in de taal BASIC (http://nl.wikipedia.org/wiki/BASIC).
De eerste PC (http://nl.wikipedia.org/wiki/IBM_PC), de voorvader van de huidige, was trouwens al in 1981 door IBM (http://nl.wikipedia.org/wiki/IBM) op de markt gebracht. Nog geen Windows, maar al wel een besturingssysteem van Microsoft, namelijk MS-DOS (Microsoft Disk Operating System (http://nl.wikipedia.org/wiki/MS-DOS)). Dit gedeeltelijk door Bill Gates en de zijnen gejatte en licht gemodificeerde besturingssysteem betekende de opmars van de man en heeft uiteindelijk geleid tot zijn status als (bijna) rijkste man op aarde (sinds 2007 staat hij, mede door zijn liefdadigheidsuitgaven, op de derde plaats na Warren Buffett en Carlos Slim). Die oerPC was echter ook oersaai. Alleen maar lettertjes en cijfertjes op een monochroom, dat wil zeggen eenkleurig beeldscherm. In dit geval waren de tekens groen op een zwarte achtergrond. Voor administratieve doeleinden was het apparaat ongetwijfeld een uitkomst, maar voor de thuisgebruiker was er niet veel aan. Dan was die Commodore met zijn spelletjes en programmeermogelijkheden toch een stuk leuker.
Maar, net als voor die politici die in de jaren tachtig dingen hebben gedaan waar ze nu op worden afgerekend geldt voor mij dat niets veranderlijker is dan de mens. Heden ten dage heb ik niets meer op met spelcomputers. Ik heb slechts die inmiddels niet meer zo saaie PC, het achterachterachterachterachterkleinkind van de oerPC uit ’81, waar ik heel af en toe een spelletje op speel, het liefst een racesimulatie als Need for Speed. Voor de rest ben ik helemaal geen ‘gamer’. Ik ga toch het liefst om met saaie letters en cijfers, maar dankzij Bill Gates en consorten (mijn broer zweert bij Apple (http://nl.wikipedia.org/wiki/Apple_Computer) maar dat is weer een heel ander verhaal) en het internet is het een stuk leuker geworden allemaal.
Oh ja, wat vindt u van seks (http://nl.wikipedia.org/wiki/Seksualiteit) op de computer? Ik vind het helemaal niks. Ik val er steeds vanaf (is een oude mop, maar ik moet de titel van dit stuk toch even rechtvaardigen, anders voelt u zich misschien bedrogen).